telefoon  024 - 372 72 92
Zoek
Filters
Sluiten

Trends in de hedendaagse schoonmaakbranche

Trends in de hedendaagse schoonmaakbranche

Wat zijn de actuele ontwikkelingen in de schoonmaakbranche? Nico Lemmens zet enkele zaken op een rij, waaronder de modernisering van inkoop, de kansen die de Participatiewet biedt en de belemmeringen die de huidige organisatiestructuur bij dienstverleners kunnen opleveren als ze integrale dienstverlening willen aanbieden.

Inleiding
In Facto nr. 7/8 van juli/augustus 2013, stond een artikel (met de titel: ‘Onzalig marktgedrag’) over de stand van zaken en ontwikkelingen op dat moment in de schoonmaakbranche. In de tekst werden zaken benoemd zoals de stijgende concurrentie, prijsdruk en loonkosten en de teruggang in het aantal vierkante meters om schoon te maken. Het beschreef ook andere ontwikkelingen, zoals de introductie van het OSB-Keurmerk, het inbestedingsbeleid van het Rijk, de doorontwikkeling van de Code en de gevolgen van het hybride karakter van schoonmaakbestekken. Wat dat betreft is er op dit moment, zo’n twee jaar later, weinig veranderd. Toch zijn er enkele nieuwe ontwikkelingen te zien. 

Code verantwoordelijk marktgedrag en OSB-keurmerk
Code en keurmerk hebben een vastere plek gekregen in het brancheleven van alledag. Het keurmerk heeft tot een kafkorenschifting geleid in het ledenbestand van OSB. Opvallend is dat er daarbij spijtoptanten zijn: leden die zich – nadat ze eerder bedankt hadden – toch weer als lid hebben aangemeld. Wat de code betreft zal een grondige evaluatie moeten worden gemaakt. Het is zeer de vraag of het beleid van naming & shaming met zijn gele kaarten duurzaam is. Naming & shaming leidt al snel tot ongenuanceerde voorstellingen  van zaken. Tekenend in dit verband zijn sommige reacties in de diverse nieuwsbrieven en blogs die in de branche de ronde doen. OSB heeft onder leiding van Hans Simons de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om markt ontwikkelingen te beïnvloeden en het imago van de branche te verbeteren. De komende jaren zal echter moeten blijken of er daadwerkelijk een blijvend einde is gemaakt aan de negatieve prijsspiraal en of de imagoverbetering duurzaam is. In ieder geval is er wel een goede basis gelegd. 


Inbesteding door de rijksoverheid
Het kabinet Rutte II is er nog steeds, het inbestedingsbeleid van het Rijk dus ook. Dat beleid heeft niet alleen kritiek opgeleverd vanuit de branche. Nog niet zo lang geleden deed ook voormalig secretarisgeneraal Roel Bekker in het ambtenarenblad Publiek Bestuur een duit in het zakje. Hij stelt vast dat het merendeel van de gemeenten het voorbeeld van het Rijk niet volgt, maar kiest voor uitbesteding op basis van social return. Bekker geeft ze groot gelijk. Hij wijst daarbij niet alleen op de nadelige efficiencygevolgen van inbesteding, maar ook op het voorgenomen kabinetsbeleid om de ambtenarenstatus te ‘normaliseren’. De daarmee samenhangende arbeidsvoorwaarden zullen dus van hun gouden randjes worden ontdaan. Het is lastig in de toekomst te kijken, maar het zou zomaar kunnen dat een volgend kabinet een einde maakt aan dit nogal dadaïstisch aandoende beleid.

Participatiewet
De invoering van de Participatiewet per 1 januari jl. en het door staatssecretaris Klijnsma in het vooruitzicht gestelde quotum, vormen geweldige kansen voor de facilitaire sector in het algemeen, en de schoonmaak in het bijzonder. Als het kabinet de daartoe benodigde ruimte schept, kunnen facilitaire dienstverleners voor hun opdrachtgevers (en zeker voor de kennisintensieve organisaties onder hen) een enorme toegevoegde waarde leveren in het bereiken van het doel van de wet: werk scheppen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Modernisering van inkoop
Heel voorzichtig lijkt er sprake te zijn van een vernieuwing in de manier waarop opdrachtgevers hun vraag naar schoonmaakdiensten specificeren en hun (her)aanbestedingen inrichten. Wel zij nadrukkelijk gesteld dat de overheidsaanbestedingen onder de Europese aanbestedingsregelgeving nog onverminderd op een dramatisch rigide manier plaatsvinden. Toch lijken zich veranderingen aan te dienen. Inkoop lijkt steeds vaker op basis van Best Value plaats te vinden. Er doemen steeds vaker outputgerichte (in plaats van inspanningsgerichte) vraagspecificaties op, met controle aan de hand van KPI’s. Het regiefunctiemodel lijkt ook wat schoonmaak betreft zijn intrede te doen. De laatste twee hier te noemen ontwikkelingen zullen geen verbazing wekken: aanbesteding op basis van social return en de toenemende vraag naar belevingsgerichte schoonmaak (hospitality). Al met al lijkt het erop (enige voorzichtigheid is wel geboden) dat de wijze van aanbesteding en contractmanagement van de moderne contracten (multi-service, integrated services) langzamerhand ook hun intrede doen in de schoonmaak.

Diversificatie
Steeds meer schoonmaakbedrijven zoeken naast hun traditionele business naar andere vormen van dienstverlening. Sommige zoeken het in de thuiszorg. Andere verbreden hun facilitaire dienstverleningspakket, al dan niet in samenwerking met andere dienstverleners. De motieven liggen voor de hand: men wil ontsnappen aan de ‘commodity-trap’ van de single-servicemarkt, en inspelen op de toenemende vraag naar kostenreductie en toegevoegde waarde. Dit laatste zou wel eens vergaande gevolgen kunnen hebben. Aan die toenemende vraag zal uiteindelijk slechts echt kunnen worden voldaan door middel van oplossingen waarbij de dienstverlener in staat is afzonderlijke diensten met elkaar te integreren, zeker voor wat betreft het management van die diensten. Een van de grootste mogelijkheden voor verbetering (zowel in termen van kostenreductie als waardecreatie) zit in het rationaliseren van het ‘hogere’ management en het ‘lagere’ toezicht. Dat zal, samen met de consequenties die integrale dienstverlening heeft voor de allocatie van P&L-verantwoordelijkheid, voor de inrichting van managementinformatie en voor het ontwerp van incentive-systemen, uiteindelijk grote gevolgen hebben voor de organisatie-inrichting van de leveranciers. Hun huidige structuren met business units zijn hier niet (goed) op ingericht. Pogingen om met deze organisatiestructuur integrale dienstverlening te leveren stuiten op die structuur en kunnen de klant opzadelen met de interne problemen van de leverancier. Op deze problematiek is uitgebreid gewezen door prof. Hans Strikwerda, directeur van Nolan Norton Institute en hoogleraar UvA, in zijn boek Van Unitmanagement naar Multidimensionale Organisaties, evenals in diverse artikelen in de facilitaire vakpers van de afgelopen jaren, zie de opsomming aan het eind van dit artikel. Sommige dienstverleners zijn zich hier, sinds de opkomst van de vraag naar integrale dienstverlening en de introductie van PPScontracten, al enkele jaren op aan het inrichten. De meeste echter staan wat dit betreft nog aan het begin. De weg naar volwassenheid heeft de schoonmaakbranche nog niet volledig afgelegd, maar ze heeft inmiddels wel de baard in de keel en zo hier en daar dienen zich de eerste tekenen van borstvorming aan.

Dit artikel is eerder verschenen in Facto Magazine en Factomediabase. 

Bron: Kennis- en informatiecentrum voor facilitair management en gebouwbeheer